Publicaties

31-12-2009

» Aansprakelijkheid werkgever voor ongevallenschade werknemer


Mr. Els Raaijmakers, december 2009, De Ondernemer

Een werkgever draagt zorg voor de waarborging van de veiligheid van de werkomgeving. Hij behoort die maatregelen te nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn functie schade lijdt. Wanneer de werkgever in deze zorgplicht te kort schiet, is hij aansprakelijk voor de schade. De werkgeversaansprakelijkheid vindt mede haar rechtvaardiging in de zeggenschap van de werkgever. Hij bepaalt op welke plaats, onder welke omstandigheden en met welke hulpmiddelen de werknemer werkt.

De werkgever is niet aansprakelijk indien hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of indien hij aantoont dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Genoemde zorgplicht heeft betrekking op de inrichting en het onderhoud van de lokalen en de werktuigen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten. Daarnaast omvat de zorgplicht de instructies die de werkgever dient te geven. Bij schending van een arbo-norm is de werkgever in beginsel aansprakelijk voor de letselschade die de werknemer lijdt doordat er een ongeval is geschied, dat de geschonden norm juist trachtte te voorkomen. Dit neemt niet weg dat de werkgever ook aansprakelijk kan zijn indien er geen arbo-regel is. Zo kan een openklappende deur in een smalle gang waartegen een werknemer aanloopt, al aansprakelijkheid van de werkgever opleveren.

Ten aanzien van machines en apparatuur is de kenbaarheid voor de werkgever van de gevaren die aan het gebruik ervan kleven van belang. De werkgever dient tevens ermee rekening te houden dat een werknemer, naarmate hij een machine langer gebruikt, steeds onvoorzichtiger zal worden. Een werkgever doet er goed aan zowel een inventarisatie van de veiligheidsrisico's op te maken alsook een interne regeling over de wijze waarop onveilige situaties kunnen worden vermeden.

Dit alles betekent niet dat de werknemer volledig gewaarborgd is tegen het gevaar van ongevallen. De werknemer die zich bij het snijden van broodjes met een nieuw of geslepen mes verwondt, mag er niet zonder meer op rekenen dat de werkgever gehouden is de schade te vergoeden.
Dit geldt te meer voor letselschade die het gevolg is van zogenaamde huis-, tuin- en keukenongevallen op het werk, zoals een werknemer die uitglijdt op een tegelpad dat na een regenbui glad is geworden. Een werkgever hoeft niet te waarschuwen voor algemeen bekende gevaren.

Verkeersongevallen

Ter beantwoording van de vraag of een werkgever aansprakelijk is voor verkeersongevallen behoort onderscheid te worden gemaakt tussen verkeersongevallen tijdens werktijd en verkeersongevallen buiten werktijd.

Ondanks dat de werkgever geen zeggenschap heeft over de gang van zaken in het verkeer, kan hij onder omstandigheden aansprakelijk zijn voor de door de werknemer geleden schade. In een geval waarbij een werknemer met een aantal collega's onderweg naar het werk getroffen werd door een verkeersongeval kregen de meerijdende collega's hun schade vergoed op basis van de inzittendenverzekering. De werkgever heeft de schade van de bestuurder moeten vergoeden omdat het onaanvaardbaar werd geoordeeld dat deze als enige geen schadevergoeding kreeg omdat hij toevallig reed.

De werkgever is gehouden een behoorlijke verzekering te sluiten voor die werknemers wier werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval. Niet duidelijk is of deze verzekeringsplicht ook geldt voor andere bestuurders of voetgangers. Toch verdient het aanbeveling ook een verzekering te sluiten voor een werknemer die voor zijn werk veel moet fietsen, zoals een bezorger.

De verzekeringsplicht geldt in beginsel niet voor ongevallen tijdens woon-werkverkeer. Dit neemt niet weg dat er zich ook situaties kunnen voordoen die zich niet in de reguliere werktijd afspelen, maar wel met het werk te maken hebben. Een piloot die in een ver land tijdens de wachttijd tussen twee vluchten een ongeluk kreeg, heeft met succes zijn werkgever aansprakelijk gesteld.

Het bedrijfsuitje

Voor aansprakelijkheid is met name bepalend of de werknemer zich terecht verplicht voelt deel te nemen aan de activiteiten. Wanneer de werkgever daarover zeggenschap heeft en deze in verband met de werkzaamheden van de werknemer staan, zal dit eerder worden aangenomen. Wanneer evenwel een bedrijfsuitje puur facultatief is, ligt werkgeversaansprakelijkheid niet voor de hand. Desalniettemin is het niet uitgesloten dat de werkgever met succes kan worden aangesproken op grond van slecht werkgeverschap. Wanneer de activiteiten die tijdens het uitje plaatshebben riskant zijn, is het raadzaam voor een adequate verzekering zorg te dragen én het uitje niet verplicht te stellen.

Escapemogelijkheden

Zoals gesteld, is de werkgever niet aansprakelijk wanneer bij de werknemer sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid. Het is de werkgever die zulks moet bewijzen. Bewuste roekeloosheid wordt slechts aangenomen wanneer de werknemer zich bij zijn laatste gedraging voorafgaande aan het ongeval bewust was van het roekeloze van zijn gedrag.
In een kwestie inzake verkeersaansprakelijkheid is beslist dat bewustheid moet worden gesteld en bewezen door de aansprakelijk gestelde partij. Voldoende is het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit de bewustheid mag worden afgeleid. Deze uitspraak heeft wellicht ook betekenis voor de werkgeversaansprakelijkheid. Zo kan bijvoorbeeld uit het op grote hoogte lopen zonder beveiligingsmateriaal bewustheid worden afgeleid.

Hiernaast kan de werkgever aan zijn aansprakelijkheid ontsnappen door te stellen dat er geen causaal verband is tussen zijn tekortkoming en het ongeval.

» Terug naar overzicht
MENSELIJKE AANPAK
MEESTERLIJKE OPLOSSINGEN