Publicaties

20-02-2010

» GAAT DE BESTUURDER ALTIJD VRIJUIT?


Mr. Joost Willemen, 2010, De Ondernemer

In het Nederlandse vennootschapsrecht kennen wij behoorlijk vergaande bestuurdersaansprakelijkheid; onder te verdelen in interne en externe aansprakelijkheid. In deze column wil ik, omdat daar vaak geen aandacht voor is, de interne aansprakelijkheid uiteen zetten.

De wet bepaalt dat elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot behoorlijke vervulling van zijn taak. Een bestuurder dient loyaal te zijn tegenover ‘zijn' rechtspersoon. Als er meerdere bestuurders betrokken zijn bij
een bepaalde aangelegenheid, geldt er hoofdelijke aansprakelijkheid voor alle bestuurders in geval van een tekortkoming. Dit tenzij een bestuurder kan aantonen dat de tekortkoming niet aan hem te wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen ervan af te wenden. Iedere bestuurder dient dus zorgvuldig te zijn in de uitoefening van zijn bestuursfunctie.

Uit de jurisprudentie valt te leren dat deze aansprakelijkheid pas aangenomen mag worden als er sprake is van een aan de bestuurder te maken ernstig verwijt, afhankelijk van specifieke omstandigheden van het geval. Omstandigheden zoals de aard van de ondernemingsactiviteiten en de algemeen daaruit voortvloeiende risico's en de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen (denk aan een directiereglement). Indien bijvoorbeeld te grote investeringen worden gedaan levert dat wellicht onverantwoorde ondernemersrisico's op, met mogelijke aansprakelijkheid tot gevolg.

In tegenstelling tot de externe bestuurdersaansprakelijkheid kunnen bestuurders interne aansprakelijkheid
uitsluiten in de statuten of bij aparte overeenkomst (met de aandeelhouders). Daarbij geldt echter dat niet voor alle te maken verwijten aansprakelijkheid kan worden uitgesloten.

download dit artikel


» Terug naar overzicht
MENSELIJKE AANPAK
MEESTERLIJKE OPLOSSINGEN