Publicaties
» De Woningwet en de Wet ruimtelijke ordening.
Mr. Jitske Goedegebuur, december 2009, De Ondernemer
Het Rijk, de provincies en de gemeenten ordenen de ruimte in Nederland. Ze stellen daartoe regels op en maken plannen waardoor wordt bepaald hoe Nederland er uit ziet, nu en in de toekomst.
In die regels op het gebied van de ruimtelijke ordening is de laatste twee jaren heel wat veranderd. Zo is de wet waarin staat dat in principe met een bouwvergunning gebouwd moet worden (de Woningwet) gewijzigd en de Wet op de Ruimtelijke Ordening is vernieuwd. De nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat onder andere regels voor het opstellen, wijzigen en herzien van bestemmingsplannen en geeft mogelijkheden voor het verlenen van ontheffing van bestemmingsplanbepalingen.
Ook in de komende jaren zijn een aantal ingrijpende wijzigingen in aantocht, zoals de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op 1 januari 2010. Die wet maakt het mogelijk om een groot aantal vergunningen tegelijkertijd aan te vragen en aldus één zogenaamde omgevingsvergunning te verkrijgen. Er op gericht om het inmiddels zeer dichte woud van regelgeving uit te dunnen.
In deze beknopte bijdrage zal stil worden gestaan bij een aantal wijzigingen in de Woningwet op het gebied van handhaving en de mogelijkheden in de nieuwe Wro om ontheffing te verlenen van bestemmingsplanbepalingen.
Woningwet
Sinds 1 april 2007 is de Woningwet gewijzigd.
Voorheen was de situatie dat, zodra een verleende bouwvergunning niet meer aan te tasten en dus onherroepelijk was en conform die bouwvergunning werd gebouwd, er niets aan de hand was. Strijd met het Bouwbesluit en/of de Bouwverordening kon de verkrijger van de bouwvergunning niet (meer) tegengeworpen worden.
Sinds 1 april 2007 kan dat wel. Ook al is een onherroepelijke bouwvergunning verkregen, dan nog moet worden gebouwd met in acht name van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Dit is ondanks dat daar in de bouwvergunning niet of in onvoldoende mate in is voorzien. Een verkrijger van een bouwvergunning kan zich dus niet (meer) eenvoudigweg beroepen op de bouwvergunning.
Bij naderhand gebleken strijd met het Bouwbesluit en/of de Bouwverordening kan het College van Burgemeester en Wethouders (het College) nu dus wel handhavend optreden.
Een ander belangrijk aandachtspunt is dat een handhavingsbesluit van het College nu ook geldt jegens kopers. Die kopers moeten bovendien opdraaien voor de kosten van handhaving, indien vóór de eigendomsoverdracht het handhavingsbesluit bekend is gemaakt én in de openbare registers is ingeschreven.
Het is dus geboden dat ook al is een bouwvergunning verleend, u er op let dat conform het Bouwbesluit en de Bouwverordening wordt gebouwd. En bij koop dat met in acht name van genoemde regelgeving is gebouwd en geen handhavingsbesluit in de openbare registers is ingeschreven.
Wet ruimtelijke ordening
De oude Wet op de Ruimtelijke Ordening was niet overzichtelijk. De wet dateerde van 1 augustus 1965 en er waren tal van wijzigingen sedertdien doorgevoerd. De oude wet is daarom volledig herzien. De nieuwe Wro is op 1 juli 2008 in werking getreden.
Een bouwvergunning kan alleen dan worden verleend indien onder meer wordt voldaan aan het bestemmingsplan. Mocht het bestemmingplan aan een bouwvergunning in de weg staan, dan kan een ontheffing (voorheen vrijstelling) uitkomst bieden, mits natuurlijk aan de vereisten wordt voldaan.
Er zijn vier ontheffingsmogelijkheden. De eerste mogelijkheid staat in het bestemmingsplan zelf, een zogenaamde binnenplanse ontheffing. Het gaat dan vaak om ontheffingen van bouwhoogtes, te bebouwen oppervlakten etcetera.
De andere drie mogelijkheden zijn in de Wro geregeld.
- De tijdelijke ontheffing voor vijf jaren. Deze ontheffing wordt alleen verkregen voor tijdelijke bouwplannen. De tijdelijkheid moet blijken uit concrete, objectieve aanknopingspunten. Uit de rechtspraak blijkt dat daarover niet te licht gedacht mag worden.
- Dan de ontheffing voor zogenaamde kruimelgevallen, zoals een dakkapel, een uitbouw of een schutting. Deze ontheffing heet een buitenplanse ontheffing. In de praktijk wordt hier vaak gebruik van gemaakt.
- De laatste ontheffing betreft het zogenaamde gemeentelijk projectbesluit. Dit projectbesluit kan vergeleken worden met de vroegere vrijstelling op grond van artikel 19 lid 1 van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening. Aan deze ontheffing gaat een lang en kostbaar traject vooraf, terwijl rekening gehouden moet worden met de inspraakmogelijkheden van belanghebbenden, die het traject (ernstig) kunnen vertragen.
Conclusie
De regelgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening is de afgelopen twee jaren ingrijpend gewijzigd.
Sinds 1 april 2007 zijn de handhavingsbevoegdheden van het College van Burgemeester en Wethouders in de Woningwet verruimd.
Per 1 juli 2008 is de Wro in werking getreden die de oude (onoverzichtelijke) wet vervangt. De Wro bevat een diversiteit aan mogelijkheden op het gebied van ontheffing van bestemmingsplanbepalingen, die een door u gewenste bouwvergunning in de weg kunnen staan.
Uiteraard kan een gespecialiseerd bestuursrechtjurist u binnen deze diversiteit de weg wijzen.
» Terug naar overzichtMEESTERLIJKE OPLOSSINGEN



