Publicaties
» Opschortings- en retentierecht
Mr. Werner Lindhout, november 2009, De Ondernemer
Inleiding
Overeenkomsten zijn meestal wederkerig. Dit betekent dat de bij de overeenkomst betrokken partijen over en weer verplichtingen hebben. Voorbeelden van die overeenkomsten zijn koopovereenkomsten, huurovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten en aannemingsovereenkomsten.
Een wederkerige overeenkomst is eens aangeduid als samen viool spelen: De één vult de ander aan. Stopt de één met spelen, dan zal ook de ander stoppen.
Dit laatste is sinds 1992 als algemene regel erkend in het Burgerlijk Wetboek. Daarin is opgenomen dat een contractspartij onder voorwaarden een opschortingsrecht heeft. Een recht om eigen verplichtingen uit te stellen: Als u niet nakomt, doe ik het ook niet.
Een recht dat juist ook tijdens de huidige recessie van groot nut kan zijn en waar ik om die reden in dit exposé bij zal stilstaan.
Opschortingsrecht
Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat van een opschortingsrecht gebruik mag worden gemaakt, indien aan drie vereisten wordt voldaan. (1) De vordering van de schuldeiser dient opeisbaar te zijn, (2) er dient sprake te zijn van voldoende samenhang tussen de verbintenissen over en weer en (3) de opschorting moet gerechtvaardigd zijn.
Met betrekking tot het eerste vereiste merk ik op dat het onder bijzondere omstandig¬heden voldoende kan zijn dat de vordering niet opeisbaar is en dus de betalingstermijn nog niet is verstreken. Dit is het geval wanneer er sterke aanwijzingen zijn dat de schuldenaar niet zal betalen.
Blijkens het tweede vereiste, kan ook een verplichting die niet uit een wederkerige overeenkomst voortvloeit worden opgeschort, mits voldoende samenhang aanwezig is met de vordering. Dit zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden. Zo mag energieleverantie niet gestaakt worden, omdat de huur niet wordt betaald. Er is immers geen samenhang.
Evenzo zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden of aan het derde vereiste wordt voldaan, welke vereiste eigenlijk een fatsoensnorm is. De redelijkheid en billijkheid moeten in acht worden genomen.
Retentierecht
Het retentierecht is een bijzondere vorm van het opschortingsrecht. Het is de bevoegdheid die aan de schuldeiser toekomt om de nakoming van zijn verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten.
Als iemand zijn fiets bij de fietsenmaker brengt voor reparatie, zal hij de fiets meestal pas terugkrijgen als de rekening voor de reparatie is voldaan.
Het retentierecht is ook voor de bouwpraktijk van belang. Het retentie¬recht op een werk is het niet aan de opdrachtgever / schuldenaar afgeven van het gerealiseerde werk tot¬dat volledig is betaald. Een krachtig middel dus om deze schuldenaar te bewegen alsnog tot betaling over te gaan.
Ten opzichte van de voormelde drie vereisten, geldt voor het retentierecht als extra vereiste dat de zaak nog in de macht is van de schuldeiser. Indien bij een werk de bouwhekken reeds verwijderd zijn en de opdrachtgever / schuldenaar ook nog eens in het bezit is gesteld van de sleutels, wordt aan dit vereiste niet meer voldaan. Het retentierecht kan dan dus niet worden uitgeoefend.
Nuttig is ook te weten dat het verbreken van het retentierecht een strafbaar feit is. Indien de schuldenaar zich ondanks het ingeroepen retentierecht op een werk toegang heeft verschaft, kan daarvan aangifte worden gedaan.
Mits het retentierecht voor derden kenbaar is, kan dit ook tegen derden zoals bijvoor¬beeld een koper worden ingeroepen. Het retentierecht kan kenbaar worden gemaakt door aan de bouwhekken borden te hangen met de vermelding van het retentierecht en door inschrijving in de Openbare Registers.
Een voldoende kenbaar gemaakt retentierecht is ook sterk in geval van faillissement van de schuldenaar. De curator kan de zaak wel opeisen en verkopen, maar de schuldeiser met een retentierecht heeft voorrang op de opbrengst.
De schuldeiser kan de curator ook verzoeken om tot verkoop over te gaan. Indien niet tijdig aan dit verzoek wordt voldaan, dan kan de schuldeiser de zaak zelf verkopen. Een voordeel van deze laatste situatie is dat op de opbrengst niet de algemene faillissementskosten in mindering komen.
Let op
Hiervoor is kort uiteengezet welke sterke rechten het opschortingsrecht en de bijzondere vorm daarvan, het retentierecht, zijn. U dient er bedacht op te zijn dat deze rechten contractueel kunnen worden uitgesloten of beperkt.
Ik adviseer u om die reden om voorafgaand aan het sluiten van een contract de overeenkomst en de algemene voorwaarden hierop na te zien en tegen uitsluiting of beperking te protesteren of, dat kan natuurlijk ook, vervangende zekerheid te vragen.
Een aannemer / schuldeiser zou moeten bedingen dat de opdrachtgever / schuldenaar alle termijnen inclusief de oplevertermijn en de eindeonderhoudstermijn vóór oplevering dient te hebben voldaan. Want na oplevering en afgifte van de zaak kan geen retentie¬recht meer worden ingeroepen.
Bij professionele opdrachtgevers kan dit worden bedongen, bij particuliere opdrachtgevers niet. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat particuliere opdrachtgevers in geval van aanneming van werk het recht hebben om de laatste 5% in depot te storten bij een notaris.
Het is tenslotte duidelijk dat bij het inroepen van een opschortingsrecht en de bijzondere vorm daarvan, het retentierecht, het nodige komt kijken. Voorkomen dient te worden dat ten onrechte daarop een beroep wordt gedaan. Want geschiedt het ten onrechte, dan bent u schadeplichtig. Een juridische check vooraf is verstandig.
» Terug naar overzichtMEESTERLIJKE OPLOSSINGEN



